KWALITEITSTEAM GROENE HART
ADVIES OUDE HOLLANDSE WATERLINIE
Unie van Vestingsteden van de OHWL
1. Vraag
Aanleiding en probleemstelling
Vestingsteden in combinatie met een waterlinie zijn een uniek Nederlands cultuurhistorisch fenomeen.
De Oude Hollandse Waterlinie (OHWL) is de eerste geplande waterlinie. Terwijl latere waterlinies zoals de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie worden gekenmerkt door speciaal gebouwde forten, wordt de Oude Hollandse Waterlinie gekenmerkt door vestingsteden als dragers. In
de Oude Hollandse Waterlinie gaat het daarbij om de steden Naarden, Weesp, Woerden, Bodegraven, Montfoort, Oudewater, Schoonhoven, Nieuwpoort, Gorinchem en Woudrichem. Kenmerkend is ook dat vrijwel alle vestingwerken in deze steden volgens een vast stramien in ongeveer dezelfde periode (tussen 1672-1700) zijn aangelegd. Ze geven dus ook een (militair-historisch) tijdsbeeld.
Afgelopen jaren heeft het Projectbureau OHWL systematisch onderzoek verricht naar de kwaliteiten van de OHWL. Zo is – met medewerking van het ministerie van LNV en de Stuurgroep Groene Hart - een cartografisch onderzoek verricht dat is uitgemond in de publicatie Cordon van Holland, het beeld van de Oude Hollandse Waterlinie.
Bij dit onderzoek bleek ondermeer:
-
dat de monumentenbeschrijvingen van de diverse vestingsteden zeer uiteenlopend zijn, variërend van zeer gedetailleerd (bijv. Naarden) tot zeer globaal (bijv. er wordt alleen vermeld: vestinggracht);
-
dat een nadere onderbouwing vanuit historisch-geografisch oogpunt ontbreekt; deze is noodzakelijk, omdat de linie tussen 1672 en 1815 in verschillende fasen is gerealiseerd;
-
dat een samenhangende beschrijving van de vestingwerken in het vroegere inundatiegebied – kades, dijken, waterkeringen enz. ontbreekt;
-
dat de omvang van de bescherming vaak niet duidelijk is bij gebrek aan kaartmateriaal, waarop de omschrijving van de objecten aangegeven; in de gemeentelijke praktijk leidt dit, mede door de
omvang van de monumenten vaak tot veel onduidelijkheid;
-
dat ook het archeologische aspect van de monumenten hierbij wordt meegenomen; de aanwezigheid van ondergrondse, niet zichtbare resten van de vestingwerken zijn onvoldoende belicht
en beschermd.
De Unie van Vestingsteden in de Oude Hollands Waterlinie, waarbij zijn aangesloten Woerden, Bodegraven, Oudewater, Schoonhoven, Liesveld/Nieuwpoort, Leerdam en Gorinchem, pleiten in hun
brief voor een programmatische herbeschrijving van de vestingwerken van de vestingsteden in de Oude Hollandse waterlinie. Het Projectbureau van de Unie van Vestingsteden van de OHWL heeft hiertoe bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een verzoek ingediend tot redengevende beschrijving van de vestingwerken.
Bij deze beschrijving dienen zowel de generieke kenmerken van de OHWL – een aantal bastions werd eind 17e eeuw door dezelfde ingenieurs ontworpen – als de unieke kenmerken van elke vestingstad afzonderlijk aandacht te krijgen. Een samenhangende en redengevende beschrijving van de vestingwerken – zowel in de bebouwde kom als daarbuiten – is volgens het Projectbureau een voorwaarde is voor het voeren van een effectief planologisch beschermingsbeleid.
Daarnaast liggen er in het inundatiegebied van de OHWL een groot aantal ontwerpopgaven, zoals gemeentelijke bouwplannen, landinrichtingsprojecten en andere gebiedsprojecten. <lees verder>