Werelderfgoed

Al sinds haar oprichting pleit het Projectbureau OHWL ervoor om de Oude Hollandse Waterlinie voor te dragen als UNESCO Werelderfgoed. Dit dient bij voorkeur te gebeuren in samenhang met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die reeds is voorgedragen. Samen met de Stelling van Amsterdam geven de drie linies een samenhangend historisch en landschappelijk inzicht in de inundatietraditie in Nederland. Bovendien zijn de drie linies organisch met elkaar verbonden, en biedt een combinatie betere mogelijkheden voor toeristisch vermarkting Rondje waterlinies.
De nominatie voor de Werelderfgoedlijst heeft nog een voordeel: nl. de kans om het Groene Hart – als eeuwenoud Gesamtkunstwerk - op de wereldkaart te zetten.

Sinds begin jaren ’90 houdt Nederland zich actief bezig met de Overeenkomst over het Werelderfgoed van 1972. In 1992 bekrachtigde de Tweede Kamer de Overeenkomst. Vervolgens leverde ons land een Voorlopige Lijst in.
De Nederlandse Voorlopige Lijst is gericht op vier Thema’s:
  1. Nederland - Waterland,
  2. de Republiek in de 17e eeuw,
  3. het Nieuwe Bouwen en
  4. Archeologie.
Menno van Coehoorn
De Nederlandse vestingbouw in de Gouden Eeuw bereikte
met ingenieurs als Menno van Coehoorn grote hoogten
De Oude Hollandse Waterlinie voldoet aan drie van deze criteria: de linie is bij uitstek gerelateerd aan water, hij is aangelegd door de Republiek in de 17e eeuw en bevat een aantal archeologisch waardevolle elementen. In 1995 was de eerste aanwijzing van Werelderfgoed in Nederland. Het Werelderfgoed telt nu zes Sites in Nederland: Schokland, Stelling van Amsterdam, Kinderdijk Woudagemaal, Rietveld-Schroderhuis, Beemster en Willemstad (Antillen).